Punt 1

Ik heb goed nieuws.
De Apocalyps komt niet.
De catastrofes die we ondergaan zijn logisch te verklaren natuurrampen, of door de mens veroorzaakt leed.
Dat de natuur af en toe van haar oren maakt, is inherent aan de kokende vulkaan waarop we rondlopen.
Waar we op inhakken, die we misbruiken, die we willen onderwerpen, waarover we denken baas te zijn.
Het is een systeem dat we gelukkig niet volledig kunnen controleren.
Nog niet.
Misschien is het daarom dat de rest van de miserie door onszelf bij mekaar wordt getimmerd.
Wat een kaduuk bolwerk, wat een onaffe en krakkemikkige werf is dat?
Dat hoeft geen drama te zijn.
Want dat betekent enkel dat het bouwwerk ter verbetering vatbaar is.
Dat eraan gewerkt kan worden.
Dat het in evolutie is.
In volle ontwikkeling.

Punt 2

Net zoals de Sagrada Familia vertonen de stenen echter al tekenen van erosie. Treedt er al schimmel op in de fundamenten.
Zijn er al tekenen van verval merkbaar terwijl het bouwwerk nog niet af is.
We willen te rijk worden.
We willen consumeren en nog consumeren.
We slaan iemand de kop in.
We beginnen oorlogen omdat een of andere God dat wil, of stripfiguren à la Assad, Poetin of Erdogan.
We lijken geen verweer meer te hebben tegen het systeem dat we zelf hebben gekozen.
De plannen die we zelf mee vorm hebben gegeven.
Thuis, in de vereniging, de straat, de school, op de werkvloer, in de politiek.
We verdolen in de ontelbare holle frasen en de instant communicatie waarmee we rond de oren worden geslagen.
We kunnen onze organisaties niet meer organiseren.
We zien overal chaos en verliezen de gewone orde der dingen.
We maken voortdurend regels en reglementen voor onszelf, onze omgeving, de samenleving.
In die zogenaamde vrijheid, de vrije markt, die boeiende bouwput, staan we dagelijks honderden keren voor de spiegel.

Punt 3

Op de werf van 2016 is het bevragen en hervragen.
Doe ik wel mee?
Is dit nu wel de juiste keuze?
Zouden we niet beter nog efkes wachten?
Is die vlag wel de juiste?
Is er nog een andere vlag, een symbool?
Is er nog iets wat mij bindt met de ander, mijn straat, mijn stad, mijn land?
Ja, ja. Maar dan. Etc etc etc.
Wat een ontzettend lastige bezigheid.
Ben ik in staat om ten minste solidair te zijn met de mens die in mij leeft?
Die van gisteren.
Van daarnet.
Ben ik consequent met de mens die er twintig jaar geleden voor koos een bepaalde weg op te gaan?
Heb ik voldoende mijn best gedaan om dat pad op de juiste manier te laten ontwikkelen en evolueren?
Heb ik mij iets op de mouw gespeld misschien?
Bestaan de dingen waar ik voor stond niet meer?
De simpele dagdagelijkse dingen: ‘hallo’, ‘een goeie avond’ tot ‘een handje nodig?’ -‘Natuurlijk, direct, ik ben daar.’
Zijn de woorden ‘duurzaam’, ‘consequent’, ‘objectief’, ‘overtuigd’, ‘genuanceerd’, ‘verantwoordelijk’, ‘passioneel’ dan helemaal verdwenen?
Is zoeken in de oneindige ruimte tussen aarde en de onmetelijkheid dan overbodig geworden?
Is de rijkdom van ons innerlijk leven dan volledig geperverteerd?
Schermen we enkel met een uiterlijke vorm van delen, geven, zoeken, beleven?
Zijn we dan zo lam geslagen door de voortdurende dilemma’s dat we niet langer zoeken in de diepte van onszelf en de hoogte van de wolken naar wonderen, schoonheid, mededogen, menselijkheid?

Punt 4

Is het niet hoog tijd om te behandelen wat we voelen, in plaats van ons enkel bezig te houden met wat we zogezegd weten?
Is ons voelen dan ondergeschikt aan de drang om voortdurend te scoren, succes te hebben, ons leven als een megacircus op Facebook te verkopen?
Moeten we niet op een serene manier gaan zoeken naar eenvoudig geluk?
Naar de simpele principes van overtuiging, strijd en solidariteit?
Wordt het klein beetje licht aan het eind van de tunnel niet onmiddellijk verblind door de drang er instant over te communiceren?
Zie mij eens joggen.
Zie mij eens barbecueën.
Zie mij eens solidair zijn.
Zie mij eens debatteren in het parlement.
Zie mij eens betogen en staken.
Zie mij eens afzien.
Zie mij eens gelukkig zijn.
Zie mij eens.
See me, hear me, feel me.

Punt 5

Hoe kunnen we solidair zijn als geven en delen onmiddellijk vermarkt worden, tot affiche gemaakt van een radio- of tv-programma, een politieke partij, een talentenjacht.
Wie, vraag ik mij dan echt af, communiceert de droom nog?
De gedurfde stelling.
De nieuwe architectuur.
Wie gaat er nu eens werkelijk ‘out of the box’?
Wie biedt de gefundeerde en juist geargumenteerde, met nuance bedachte kapstok voor een beter leven, een andere toekomst?
Wie strijdt voor het verlangen?
Voor de hoop.
De schoonheid.
Voor het hart van de samenleving.
In plaats van te vechten voor het wijd vertakte verstand, het al weten, het grote gelijk dat alles doet dichtslibben, vastrijden, tot stilstand brengt.
Wie gebruikt zijn oren en dan pas zijn mond?
Wie opent de ogen in plaats van ze te sluiten?

Punt 6

Het leven staat niet in de reclame.
De dagen laten zich niet afprijzen.
Met de tijd kan je alleen dealen als je bereid bent hem te ondergaan.
In goede en minder goede tijden.
Dat is niet erg.
Dat hoort erbij.
Als je maar zorgt dat je niet alleen staat, en anderen niet geïsoleerd raken door de miserie.
De mens is geen product.
Het is een wezen dat leeft en staat in relatie tot anderen.
En de mens is tijdelijk.
Beperkt.
In die beperking toonde de mens zich ontelbare keren de meester.
De mens weet dat het nu moet gebeuren.
Gisteren is voorbij en morgen is al niet veel meer.
In het besef en de aanvaarding van de eigen sterfelijkheid ligt de opening voor iets anders.
Een reis begint en ze stopt.
Het lijkt mij zaak om onderweg wat je zelf hebt ontdekt op de juiste manier door te geven, om de fouten te schrappen, te corrigeren waar nodig.
En het pakket in handen te geven van zij die morgen de dans zullen leiden.

Punt 7

Lieve mensen.
Als we willen zorgen dat er morgen nog op een redelijk vrije manier gedanst kan worden, dan wordt het tijd dat we ons verzetten.
Dat we iets vinniger worden in het verspreiden van het alternatief.
In de zin voor redelijkheid.
In de goesting om het woord inclusie volledig in de praktijk om te zetten.
Kom, lieve mensen, verzet u.
Het wordt tijd dat we ons verzetten tegen de altijddurende input van angst en onbehagen.
Van pamflettaire en sloganeske onzin.
Kom verzet u.
Het wordt tijd dat we xenofobie, nationalisme, racisme en halsstarrig radicaal geleuter met de vinger wijzen.
Kom, verzet u.
Als wij, mensen van de lach, de rede en het gevoel niet vuriger opkomen voor onszelf, onze ideeën, onze verlangens en onze hoop, dan zullen alle nieuwe ingevingen, mogelijkheden en openingen snel ondergesneeuwd raken door vluchtigheid, banaliteit en rauwe onzin.
Kom, verzet u.
Word iets militanter in het spreken,
met woorden die verbinden in plaats van verdelen,
wees niet beschaamd om zacht te zijn, of fragiel.
Wees overtuigd als je ‘laat ons een bloem en wat gras dat nog groen is’ zingt – er zijn reeds betere liedjes beschikbaar, maar kom.
Wees overtuigd.
Veeg het niet te vlug onder de mat.
Laat u niet afblaffen.
Lach terug.
Vriendelijk!
Zacht.
Dialoogbereid.
Maar overtuigd.
Kom, verzet u.

Punt 8

Het wordt tijd dat we het gevecht aangaan, vol in de wind.
Eerlijk en consequent en samen, zoals het echte flandriens betaamt.
De koers krijgt maar een winnaar omdat er een gans peloton aan de start staat.
Omdat verschillende ploegen met andere strategieën, trainingsschema’s en middelen dezelfde strijd aangaan, hetzelfde verdedigen, hetzelfde parcours afleggen, dezelfde obstakels overwinnen, zich solidair in groep, in ploeg door het landschap slingeren, om aan de meet naar de bloementuil te reiken.
Eén bloementuil maar voor enorm veel winnaars.
Want iedereen komt over de meet.
Lekke banden worden vervangen en zij die vallen of opgeven worden niet aan de kant geschoven maar verzorgd, gemasseerd, ondersteund in hun ongeluk of leed.
Geen enkele renner wordt vergeten.
Kom, word supporter van die koers, in alle hevigheid.
Word een verdediger van de nuance.
Een aanvaller van het goede.
Kom, verzet u.
Verzet u tegen uw eigen ongenoegen, onmacht en onzekerheid.
Slik die dagelijkse zure oprisping door met ironie.
Verzet u!
Verzet u!
Verzet u!
Geloof in de tederheid, de genegenheid, de zachtheid en het goede van mensen, hun nood aan het warme deken van medeleven en mededogen.
Allez, aan de slag, verzet u.
Leef in de wolken.
In de diepte van metaforen.
Zoek mee.
Steun.
Onderzoek.
Aan de slag met uw eigen mogelijkheden.
Met de breedte, hoogte en diepte van uw eigen beperking.
Wees overtuigd van Het verhaal.
Zoek mee naar de komma, het punt, het uitroepteken.
Stel in vraag.
Stel in vraag.
Stel in vraag.
Maar kies uiteindelijk.
Kies!

Punt 9

Dat is de taal van onze ploeg.
Daarmee hebben we onze plaats in het peloton.
Wij trekken geen grenzen, zetten geen muren.
Elk obstakel zien we als een mogelijkheid om het bouwwerk anders vorm te geven.
Nog meer divers.
Onze verbeelding kent geen grenzen.
En net dat geeft diepgang aan het patchwork van ons kasteel.
We kruipen niet in de loopgraven.
We staan op de barricaden.
Niet om te vernielen.
Maar om uit te nodigen tot gezamenlijke winst.
We heffen enkel de vuist als hij bereid is zich tot handdruk te ontplooien.
Kom, verzet u.

Punt 10

Laat ons onze koers rijden.
Goed voorbereid.
Met de juiste proviand.
De bevoorrading op tijd.
Het goeie glas.
De gulle lach.
De zangstonde, op zijn tijd.
Laat ons strelen in plaats van slaan.
Kom, verzet u.
Laat ons allemaal aandeelhouders worden van die kleurrijke koers die door haar warm pleidooi voor billijkheid tot de hemel reikt om daar ergens boven de wolken gewichtloos te worden.
Breng vuur en passie in de strijd.
Wees kwetsbaar.
Fragiel.
Maar recht de rug voor hagel, wind en ontij.
Verzet u.
Kom verzet u.
Het is tijd.
Want wij zijn de koers, het stuur, de spaken, de renners, de supporters, de masseur en de dokter, de vaders en moeders, broers en zussen, nonkels en tantes, neven en nichten, de familie.
De familie die verre familie is van die familie en verwant aan die andere familie uit die stad, van dat land, die dan oorspronkelijk van ginder verre kwam of van daar of van nog ergens anders.
Met intussen nazaten in dat continent en ook in het andere.
Die ver in de tijd uit het diepste oerwoud kwamen, wat bladeren knaagden en ontdekten wat neuspeuteren was, rechtop staan, scheten laten, boeren, en fruit en vuur en wiel en spaak en stuur en zadel en drinkbus en brood.
En die dan na een natuurramp koers zetten naar veiliger oorden.
Naar hier en zo.
En die dan een put delfden en een steen legden en nog een en nog een en een deur en een raam en een rare wc en zolder met bogen.
Die aan een bouwwerk begonnen, een tijdloze werf.
Kom, verzet u.
Schrijf confutuur.

Geert Six

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s